• Insight
  • Innovation
  • Impact
 
News & Events

Details

06/03/2009

IRI Verscongres

2006-05-18
IRI presenteert opvallende uitkomsten na Shopper-onderzoeken Vers
‘Bediening eruit? Dat kost omzet!’

Consumenten maken in de supermarkt zorgvuldige afwegingen voordat zij ‘vers’ kopen. Dit blijkt uit Shopperonderzoek dat IRI Nederland heeft gedaan naar de versaankopen in de supermarkt. Consultant Alexander Arbouw van IRI Nederland presenteerde de eerste resultaten van het onderzoek tijdens het IRI Ver(s)kenners-congres dat op 18 mei in Wageningen werd gehouden.

De consument laat onder meer het consumptiemoment zwaar meewegen bij de vraag of hij vers zal kopen. ‘Als de consument het nú opeet, kiest hij voor vers. Is het bedoeld voor voorraad, dan wijkt hij toch snel uit naar andere mogelijkheden.’ Ook de beschikbare hoeveelheid tijd en gemak is een zwaarwegende factor. ‘Vers kost tijd’, zo is de beleving van consumenten. ‘Mensen met weinig tijd, kopen dus minder snel vers.’ Een derde factor die de consument laat meewegen, is de vraag hoeveel eters aanschuiven aan tafel. ‘Bij veel eters wordt er eerder voor vers gekozen. De consumenten vonden dat vers vaak meer ‘waste’ oplevert als je met weinig bent. Opvallend is trouwens ook dat de ‘gelegenheid’ een rol speelt. Vers eten maakt een goede indruk op de gasten. Dus wanneer mensen koken voor anderen, komt er ook vaker vers op tafel.’ Tenslotte blijkt ook de prijs een rol te spelen bij verskeuze. ‘Is de prijs goed, dan kopen consumenten vers’, zo constateert Alexander Arbouw.

Boer
Opvallend is dat consumenten de supermarkt zeker niet direct associëren met vers. Ondanks het feit dat het omzetaandeel van ‘vers’ de vijftig procent nadert, vinden consumenten toch dat andere aankoopkanalen ‘verser’ zijn. Ze denken dan met name aan producten die direct bij de boer worden gekocht, de markt of de speciaalzaak. Bij die laatste groep gaat het overigens niet uitsluitend om de bakker, de groenteboer en de slager, maar worden ook nadrukkelijk allochtonenwinkels (Surinaamse Toko en de Turkse winkel) genoemd. De consument geeft in de onderzoeken terug dat deze speciaalzaken echte aandacht voor het product hebben en meer productkennis hebben. In dat kader waarschuwde Alexander Arbouw supermarkten ook om bediening bij versafdelingen niet te snel de deur uit te doen. ‘We zien dat bediening een positief effect heeft op de versbeleving. Bediening eruit? Dat kost omzet!’ Arbouw destilleerde uit het onderzoek dat mensen ook bereid zijn om producten bij meerdere winkels hun boodschappen te doen. ‘One-stop-shopping is niet meer zo belangrijk.’

Onderzoek
De komende tijd zal IRI Nederland nog meer onderzoek doen naar de versbeleving van de consument. ‘We hebben nu scherp in beeld wat de consument als ‘vers’ ziet en ook wanneer hij vers wil kopen. Nu is het natuurlijk de kunst om daar als retailers en fabrikanten op in te spelen. Daar gaan we de komende tijd meer onderzoek naar doen. Fabrikanten en retailers zijn van harte uitgenodigd om in deze onderzoeken te participeren.’

‘Combi van convenience en gezondheid is goud waard’

De combinatie van convenience en gezondheid is momenteel goud waard. Producten die aan deze twee kenmerken voldoen, hebben een grote kans om een ‘hit’ te worden. Sowieso zijn gezondheidsproducten zeer in trek. In de VS kennen deze producten momenteel een jaarlijkse groei van achttien procent.

Dat zei Karel Smit, directeur van IRI Nederland, tijdens het congres IRI Ver(s)kenners dat donderdag 18 mei in Wageningen werd gehouden. Karel Smit sprak van een ‘wellness evolution’ die momenteel de agenda van fabrikanten en retailers beheerst. Deze ‘wellness evolution’ wordt gevoed door onder meer vergrijzing, groei van chronische ziekten, onderzoek naar voedingswaarden en mediadruk. Tegelijkertijd signaleerde hij wel factoren die deze evolutie vertragen. ‘Er is onder consumenten natuurlijk nog steeds een behoefte aan gemak, smaak, variatie en luxe producten. Bovendien hebben we te maken met diepgewortelde gewoontes van deze tijd: grote porties en een zittend leven. Een andere vertragende factor is de verwarrende, conflicterende voedingsinformatie.’

Veel kansen
Desondanks liggen er enorm veel kansen voor nieuwe producten met gezondheidsclaims. ‘We zien dat deze producten het erg goed doen. Danone boekt een omzetgroei van 14,7 miljoen euro, Knorr Vie 10,8 miljoen euro en Becel Pro Activ 10,5 miljoen euro, aldus Karel Smit.
Om gezondheidsproducten een verdere impuls te geven, kan het helpen om samenwerkingsverbanden aan te gaan met externe partijen. ‘Zo zien we dat het product Becel Pro Activ een enorme groei doormaakt sinds het moment dat zorgverzekeraar VGZ heeft aangekondigd het gebruik van deze producten te vergoeden. Maar ook de samenwerking tussen Kellogg’s en bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging van Diëtisten en de Maag Lever Darm Stichting geeft dit merk behoorlijke impulsen.’
Natuurlijk zijn ook ‘light-producten’ nog altijd sterk in opkomst. Nul procent melk en health drinks binnen zuivel noteren bijvoorbeeld mooie groeicijfers van respectievelijk zes en 35 procent. De opmars van light-vleeswaren is helemaal indrukwekkend met een groei van honderd procent. Ook in kaas spreken de cijfers boekdelen. Daar waar de omzet van kaas in het eerste kwartaal van 2006 met vier procent daalde, laten de minder vette kazen een omzetstijging zien van tien procent.

De opmars van de gezonde producten is overigens geen overbodige luxe, zo maakten cijfers van Karel Smits pijnlijk duidelijk. ‘Tachtig miljoen Amerikanen zijn te dik. Vijftig procent van de kinderen in Amerika is te dik. In Nederland is veertig tot vijftig procent van de bevolking te zwaar. Dat zorgt ervoor dat dit onderwerp de komende tijd zeker nog op de agenda van fabrikanten en retailers blijft staan.’

Gezonde voeding is vooral verantwoordelijkheid van consument

Natuurlijk moeten fabrikanten en retailers gezonde producten aanbieden. Maar tegelijkertijd moeten zij ook niet doorslaan en bepalen wat de consument moet eten. De consument heeft immers zijn eigen verantwoordelijkheid en wil ook zelf de keuzes maken.

Dat was de teneur van het IRI Ver(s)kennerscongres dat donderdag 18 mei in Wageningen werd gehouden. Fabrikanten, retailers en consultants gaven hun mening over het thema ‘Gezond. En rap een beetje’. Bert Urlings, director Quality & Environment bij Vion Food Group: ‘De consument moet écht kiezen. Het is aan ons om een grote range van producten aan te bieden: van heel mager tot reguliere producten. Van traditioneel vlees tot samengestelde producten. En ook gezonde snacks, vegetarisch en ecologische varianten horen daarbij.’

Alternatief
Ook Simone Hertzberger, Hoofd Kwaliteit en Product Integriteit bij Albert Heijn, stond stil bij het keuzeaspect. ‘Als grootste leverancier van voeding moeten wij natuurlijk onze verantwoordelijkheid nemen. Wij voeden vele monden. Onze klanten hebben recht op een gezond en bewust alternatief!’ Om klanten goede voorlichting te geven, introduceerde Albert Heijn vorig jaar september het Gezonde Keuze Klavertje. In vrijwel elke groep levensmiddelen, van melk tot kant-en-klare maaltijden, van kaas tot soep, zuivel en frituurolie kunnen consumenten kiezen voor 'Gezonde Keuze'. Dit zijn artikelen die in hun productgroep voldoen aan de norm voor verzadigd vet, suiker, zout en voedingsvezels. De normen zijn opgesteld in samenspraak met het Voedingscentrum. Simone Hertzberger wou in haar presentatie niets kwijt over de resultaten. ‘Het is nu nog te vroeg om te zien of het werkt.’

Opgeheven vingertjes
De vrijwillige keuze van de consument werd door veel sprekers onderstreept. Reclameman Rob Benjamens benadrukte dat consumenten vooral niet belerend moeten worden benaderd. ‘Gedragsverandering is sowieso moeilijk te bereiken. Maar één ding weet ik wel: opgeheven vingertjes werken zeker niet.’
Wellicht is er veel te leren van de Chinezen die ogenschijnlijk slank door het leven gaan. Ondernemer Werner van Bakel van Global Food Solutions liet zijn licht schijnen over de eetgewoonten in China. De ondernemer, die eigenaar is van een fabriek in diepvriesbakkerijproducten in China, deed in zijn presentatie een boekje open over de eetgewoonten van de Chinezen. ‘Veel groente, rijstepap met water, kleine porties, weinig vet en weinig sauzen en ze drinken de hele dag groene thee’, somde Van Bakel op. ‘En natuurlijk bewegen ze ontzettend veel. Ze lopen heel veel en deinzen niet terug voor grote afstanden.’ Van Bakel merkte ook op dat de Chinezen weinig tot geen broodproducten eten. ‘Maar dat gaat veranderen!’, zo kondigde hij vol zelfvertrouwen aan.  


http://www.verskenners.nl/?id=34